Je bent goed op weg een interessante en leuke blog te schrijven en opeens begin je te twijfelen. Schrijf ik nu ‘ik woon dichtbij school’ of ‘ik woon dicht bij school’? Op een logische manier probeer je na te denken, maar kom je al snel tot de conclusie dat je het ook niet weet… Dit gebeurde een paar weken geleden ook binnen het Kweekbestuur. De discussie brandde los over het wel of niet aan elkaar schrijven van bijwoorden.

Want woon je nu dichtbij school of dicht bij school? Een antwoord op deze vraag kan op een simpele manier worden gegeven. Wanneer je begint te twijfelen onthoud dan altijd de volgende regel: alle bijwoorden worden als één woord geschreven, met uitzondering van zinnen waar bijwoorden worden gevolgd door een woordgroep met een zelfstandig naamwoord erin. Dit geldt dus voor alle bijwoorden als: dichtbij, bovenop, bovenaan, vlakbij, onderaan, onderop. Dit heeft te maken met het feit dat het voorzetsel (‘in’ in bovenin) meer te maken heeft met het zelfstandig naamwoord (‘de kast’ wanneer de zin als volgt is: ‘de T-shirts liggen boven in de kast’), dan met het bijwoord (‘boven’).

Dus is het nu dichtbij school op dicht bij school? Juist! ‘Ik woon dicht bij school’. De volgende voorbeelden maken het nog overzichtelijker en gemakkelijker om te onthouden:

De T-shirts liggen boven in de kast.

De T-shirts liggen bovenin.

Sophie zat achter in de auto.

Sophie zat achterin.

Ajax eindigde boven aan de ranglijst.

Ajax eindigde bovenaan.

Wanneer je het even niet meer weet en begint te twijfelen, haal dan deze blog er nog eens bij. Hopelijk kan deze blog je dan helpen om dit nooit meer fout te doen. En oh ja, stiekem hoop ik niet dat Ajax, maar PSV boven aan de ranglijst eindigt ;).