Al jaren stuit ik regelmatig op een taalfout die zó is ingeburgerd dat de meeste mensen niet weten dat het überhaupt een taalfout is. Ja, ik heb het over constructies met “als zijnde”. Heb je jezelf er wel eens op betrapt dat je een zin maakt met “als student zijnde…”? Je bent niet de enige, want je hoort en leest het overal. Ik hoor mijn moeder nog steeds mopperen als ze de krant las en zo’n fout tegenkwam.

Maar waarom is dit fout? Als zijnde is een zogenoemde contaminatie: het verhaspelen van twee woorden of uitdrukkingen met een verwante betekenis, waardoor er een nieuw verkeerd woord of een verkeerde uitdrukking ontstaat. Denk bijvoorbeeld aan uitprinten (uitdraaien en printen) en duur kosten (duur zijn of veel kosten). Je zegt namelijk: als student óf student zijnde, maar allebei is dus niet goed. De laatste formulering is vrij ouderwets om te gebruiken, dus het eenvoudigste is om gewoon “als student” te zeggen. Dus ik verwacht – als student– dat jullie deze taalfout nooit meer maken!

Om het nog even iets lastiger te maken, is er één situatie waarin “als zijnde” wel samen gebruikt mag worden. De Van Dale geeft aan dat zinnen zoals Ik heb een afspraak als zijnde student correct zijn. Dit komt omdat in een dergelijke zin “als zijnde” de zin verduidelijkt. Als zijnde heeft hier de betekenis “en wel omdat”, dus: ik heb een afspraak, en wel omdat ik student ben.

Wat je moet onthouden voor de rest van je leven: als student/man/vrouw zijnde is altijd heel erg fout, en een constructie met “als zijnde” kan alleen gebruikt worden als ze direct na elkaar staan en een zin verduidelijken!