Wanneer is het koelkast en wanneer is het ijskast? 

De ene keer hoor je koelkast, de andere keer ijskast, maar welk woord gebruik je of wanneer gebruik je welk woord? Als je net naar het programma ‘Hoe heurt het’ van Jort Kelder hebt gekeken zal je waarschijnlijk het laatste zeggen. In bepaalde kringen is het namelijk uit den boze om het woord koelkast in de mond te nemen. Volgens het groene boekje kunnen de woorden koelkast en ijskast allebei. Er is geen betere vorm.

Vroeger werd met name ijskast gebruikt; dit omdat producten toen koel werden gehouden door grote ijsblokken. Dat is tegenwoordig wel anders met de superkoelkast die behalve het gewone gedeelte ook vershoudlades kent voor elk product. Vandaar dat koelkast tegenwoordig ook geaccepteerd is. Wel is er een uitzondering en dit betreft een spreekwoord. Bij ‘iets in de ijskast zetten’ is ijskast het enige juiste woord. Hopelijk is hiermee de ‘koelkast-ijskast-discussie’ gesloten.

Wanneer is het toilet en wanneer is het wc? 

Zodra de eerste discussie is gesloten dient de volgende zich alweer aan… Want is het nu toilet of wc? Als je in je studentenhuis toilet zou zeggen, kijken je huisgenoten je toch een beetje raar aan. Toilet klinkt namelijk toch net wat chiquer dan wc. Daarnaast is toilet een eufemistischere aanduiding voor wc. Een aantal kleine verschillen, want wat is nu echt goed? Hiervoor geldt ook het verschil tussen adellijke kringen en burgerlijke kringen. De adellijke kring wil zich verrassend genoeg niet associëren met deftigheid, zij gebruiken daarom eerder wc dan toilet. Terwijl de ‘gewone man’ juist toilet gebruiken om zich chique voor te doen, is dit voor mensen van adel maar heel burgerlijk.

In het Standaardnederlands zijn toilet en wc beide correct. Het maakt dus weinig verschil welk woord je gebruikt. Het berust namelijk niet op taalkundige, maar sociale normen. De ongeschreven regel luidt dus: zolang je je dus prettig voelt bij het woord dat je gebruikt, kan het niet fout zijn.